“Als ik de behoefte voel om te snijden, dan voel ik de behoefte om te vertellen hoe ik me voel. Het openhalen van mijn huid is als een schreeuw, het bloed dat eruit komt is als geluid, maar veel mensen in mijn omgeving horen het geluid niet. Ik word gestraft voor wat ik doe, wonden worden verzorgd, maar de wond op mijn ziel wordt niet verzorgd. Terwijl het juist mijn ziel is die verzorging nodig heeft. Omdat de wond op mijn ziel niet wordt verzorgd, drijft dit mij tot wanhoop en ga ik steeds verder. Want misschien horen mensen mij dan wel zonder boos te worden. Snijden is ook de focus ergens anders op leggen. Het hele ritueel wat ik heb omtrent zelfbeschadiging (bepaalde muziek opzetten, bepaalde kleren aantrekken, scherpe spullen pakken, noem maar op) gebeurt heel strikt. Alleen dat al laat me niet nadenken over hoe ik me echt voel. In die zin is zelfbeschadiging heel erg dubbel. Aan de ene kant wil ik dat ik gehoord wordt, aan de andere kant wil ik niet nadenken over hoe ik me voel. Daarnaast maak ik expres mijn huid kapot, maar verzorg ik tegelijkertijd mijn wonden goed.
Uiteindelijk zijn er mensen in mijn leven gekomen die verder kijken dan de wonden en de littekens. Mijn psychologe weet dat zelfbeschadiging soms zijn nut kan hebben, waardoor ik mij gehoord voel en veel minder de behoefte voel om te snijden. Mijn vriend vindt mij de leukste en mooiste vrouw ter wereld, ondanks mijn littekens en rare gedrag zoals ik het vaak zeg. Hij wil zelfs mee naar lotgenotendagen en bondgenotendagen om meer te begrijpen van zelfbeschadiging. Ik weet dat ik er nog niet ben, maar het feit dat ik nu niet bang ben om het onderwerp onder ogen te komen, betekent dat ik vooruit ben gegaan. Om dit te laten zien aan de wereld, heb ik vorig jaar een tatoeage laten zetten wat staat voor Self-Injury Awareness. Hiermee wil ik laten zien dat ik trots ben op wie ik ben en dat ik me niet schaam voor mijn littekens. Want schaamte is nergens voor nodig.”